Home  |  Conventie  |  Tarieven  |  TOV  |  Arbitrage  |  Pers  |  Jaarverslag  |  Links  |  Contact


 

 

Indien U taxichauffeur wil worden in Antwerpen moet U eerst aan volgende criteria voldoen:

  1. minimum 21 jaar oud zijn;

  2. beschikken over een geldig rijbewijs;

  3. beschikken over een medische shifting.  U kan dit behalen bij de federale overheidsdienst van volksgezondheid, adres: Pelikaanstraat 4 - 2000 Antwerpen (3e verdieping).  Of u kan ook terecht bij een erkende arbeidsgeneeskundige dienst (vb: Medimar, Idewe, Apra, Cepa);

  4. beschikken over een uittreksel uit het strafregister (model 2). Aan te vragen in uw districtshuis of on-line via deze link ;

  5. over een goede stratenkennis van Antwerpen en randgemeenten beschikken. Zie ook www.antwerpen.be ;

  6. Voldoet U aan alle bovenvermelde criteria?  dan kan U zich inschrijven voor het eerstvolgende taxi examen van de stad Antwerpen.

Voor verdere informatie: 

 

Bedrijvenloket

Jan Van Rijswijcklaan 162

2020 Antwerpen

 

tel: 00 32 3 338 66 88 (tussen 9u - 16u) bedrijvenloket@stad.antwerpen.be

 

EXAMEN KANDIDAAT-TAXIBESTUURDERS

EXAMENSTOF

 

Chauffeurs

Bij de examens voor taxibestuurder zullen de kandidaten mondeling getest worden op hun kennis van:

De Nederlandse taal, de stad, haven en districten, voornaamste straten en gebouwen (ziekenhuizen, musea, hotels en andere belangrijke (toeristische) plaatsen en gebouwen).

Exploitanten

kandidaten die met een eigen vergunning op zelfstandige basis wensen te starten, worden bijkomend schriftelijk ondervraagd, aangaande volgende wetgeving:

20 APRIL 2001. - Decreet betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen

Publicatie : 2001-08-21

18 JULI 2003. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder

Publicatie : 2003-09-19

13 FEBRUARI 2004. - Decreet tot wijziging van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen

Publicatie : 2004-03-29

28 MEI 2004. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 18 juli 2003 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder

Publicatie : 2004-07-12

de artikelen van de codex (stedelijk politiereglement) zijn 299 tot en met 308.

U kan bovenvermelde teksten terugvinden op de website van het Belgische Staatsblad.

 

stedelijk reglement voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder

   

HOOFDSTUK 1 - GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 1

De vergunningen voor de exploitatie, op het grondgebied van de stad Antwerpen, van een taxidienst en/of een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, moeten worden aangevraagd bij ter post aangetekende brief ge­richt aan het college van burgemeester en sche­penen, Grote Markt, Antwerpen.

 

Artikel 2

Bij de aanvraag moeten alle gegevens worden ver­strekt en de documenten worden gevoegd die daartoe vereist zijn ingevolge voormelde wettelijke en stedelijke reglementaire beschikkin­gen.

Bovendien zal de aanvrager de nodige gegevens verstrekken met betrek­king tot de technische waarde van het materieel en de installaties, met uitrusting, die voor de exploitatie bestemd zijn.

 Bij de aanvraag moeten worden gevoegd:

1)       kopie van de identiteitskaart van de aanvrager – natuurlijk persoon – of van de zaakvoerders en vennoten van de aanvrager – rechtspersoon

2)       de statuten van de firma die bij de handelsrechtbank is geregistreerd of een afschrift van het Belgisch staatsblad

3)       bewijs van goed zedelijk gedrag van de exploitant dat hoogstens 3 maanden oud is (model 1 - bestemd voor de stad Antwerpen), van de aanvrager – natuurlijk persoon - of van alle personen die deelnemen aan het beheer van de onderneming

4)       een getuigschrift van de opleiding Basiskennis van het bedrijfsbeheer, afgeleverd door de Kamer van Ambachten en Neringen

5)       een attest van een kas voor zelfstandigen waaruit blijkt dat de exploitant zijn bijdragen correct heeft betaald

6)       een attest van de RSZ waaruit blijkt dat de exploitant zijn bijdragen correct heeft betaald

7)       een fiscaal attest waaruit blijkt dat de exploitant zijn bijdragen correct heeft betaald

8)       de bewijsstukken die aantonen dat de exploitant over de voertuigen mag beschikken (aankoop, leasing of bestelbonnen). Moeten voorgelegd worden:

a)       kentekenbewijzen op naam van de aanvrager

b)       aankoopfacturen of bestelbonnen op naam van de aanvrager. Bestelbonnen worden aanvaard voor de aanvraag van de exploitatievergunning. De taxikaarten worden pas effectief afgeleverd na voorlegging van de effectieve aankoopfacturen en inschrijvingsbewijzen

9)       voorlegging van eigendomsbewijs of huurcontract van loka­len of standplaatsen, niet ge­legen op de openbare weg, waar de aan­vrager zijn voertuigen kan bergen

10)     een geldig keuringsbewijs voor bezoldigd personenvervoer voor alle voertuigen

 

 bovendien en enkel voor de taxidiensten:

11)    een bewijs dat de voertuigen zijn verzekerd als taxi

12)    duidelijke vermelding voor welke exploitatie­vorm wordt geopteerd:

 vergunning Z: alleenwerkende vergunninghouder zonder perso­neel in loondienst

 vergunning P: vergunninghouder met personeel in loon­dienst

 

bovendien en enkel voor de diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder:

11bis) een bewijs dat de voertuigen verzekerd zijn voor bezoldigd personenvervoer

 

Elke aanvraag die niet aan de gestelde eisen voldoet, wordt als onontvankelijk beschouwd.

 

Artikel 3

Na goedkeuring door het college worden aan de aanvrager twee exempla­ren van de stedelijke re­glementeringen overhandigd, waarvan hij er één dateert en voor kennisneming ondertekent.

Dan wordt hem de exploitatievergunning afgegeven en, de nodige kaarten voor de voertuigen afgeleverd. De kleur van de taxikaarten is lichtgrijs of beige met een herkenningsteken van de stad Antwerpen en in rode cijfers en letters het identificatienummer en de gegevens van de vergunninghouder voor de voertuigen die vanaf de openbare standplaatsen mogen vertrekken. Deze gegevens zijn in blauwe kleur voor de voertuigen die vanuit garage vertrekken.

Op die door de stad Antwerpen afgeleverde documenten mogen geen wijzigingen worden aangebracht.

Bij elke wijziging van vergunninghouder, naam- of vennoot­schapsvorm, maatschappelijke zetel of exploitatiezetel, en bij elke voertuigverandering of tariefwijziging moeten alle bestaande documenten bij het stadsbestuur ingeleverd en worden nieuwe documenten opge­steld.

Artikel 4

Elke vergunning geeft aanleiding tot het innen van een taks zoals bepaald in het decreet.

De vergunninghouder zal ook de kosten van rechten en zegel en alle andere kosten waartoe de vergunning aanleiding geeft aan de stad Antwerpen betalen.

 

Artikel 5

De vergunninghouder moet steeds alle wettelijke, reglementaire en contractuele verplichtingen naleven met betrekking tot de RSZ-wetge­ving, de arbeidsvoorwaarden, de bezoldigingsregeling en de sociale voordelen van zijn personeel.

Daarenboven dient elke vergunninghouder te beschikken over een ondernemingsnummer en moet elke zelfstandige vergunning­houder alle wettelijke beschikkingen naleven die betrekking hebben op het sociaal statuut der zelfstandigen.

Door het stadsbestuur kunnen op onregelmatige tijdstippen contro­les worden uitgeoefend teneinde na te gaan of de vergun­ning effectief wordt geëxploiteerd naar de vorm waarvoor zij door de exploitant werd aangevraagd en of de wetgeving wordt nage­leefd.

De stad Antwerpen moet in de mogelijkheid gesteld worden de admini­stratie van de lonen en de boek­houding nauwkeurig te controleren, dit met be­trekking tot de sociale, fiscale en be­drijfseco­nomische aspecten van de onderneming. Zij heeft het recht de vergunninghouder en het door hem aangesteld personeel te ondervragen.

 

Artikel 6

De bestuurders zullen steeds verzorgde stadskledij dragen en een verzorgd uiterlijk hebben.

Shorts en sportschoenen worden niet toegestaan.

Bestuurders van een motortaxi mogen een beschermende kledij dragen.

 

Artikel 7

Op eerste verzoek van de stad Antwerpen zal de vergunninghou­der elk voertuig dat niet meer aan de gestelde vereisten voldoet of dat zich naar het oordeel van de Stad niet meer in goede staat bevindt, door een ander geschikt voertuig moeten vervangen.

 

Artikel 8

Alle opschriften en vermeldingen moeten uitslui­tend in het Neder­lands opgesteld zijn. In hun verdere betrekkingen met het publiek zullen de vergun­ning­houder en zijn personeel zich even­eens uitsluitend van de Neder­landse taal bedienen tenzij mocht blijken dat de klant deze taal niet of niet voldoende machtig is.

 

HOOFDSTUK II - TAXIDIENSTEN

 

Artikel 9

De vergunningen voor gewone taxi, minitaxi en motortaxi omvatten automatisch de toelating voor exploitatie van de op de openbare weg gelegen standplaatsen. Taxi-exploitatie expliciet voor gehandicapten gebeurt vanuit garage.

Alle effectieve taxivoertuigen zullen een identificatieplaatje dragen vooraan op het voertuig, aan te kopen bij de stad Antwerpen met vermelding ‘Antwerpen’ en het nummer van de taxikaart van elk voertuig.

De kleuren van dit identificatieplaatje zijn rood en wit voor de voertuigen  die de op de openbare weg gelegen standplaatsen mogen exploiteren, blauw en wit voor de voertuigen die vertrekken vanuit garage.

Gewone taxivoertuigen zullen de nummers dragen van 0001 tot 0999.

Minitaxi’s zullen de nummers dragen van 1001 tot 1999.

Voertuigen expliciet voor het vervoer van gehandicapten zullen de nummers dragen van 2001 tot 2999.

Motortaxi’s zullen de nummers dragen van 3001 tot 3999.

 

Artikel 10

Indien aanvragen toekomen als de voorziene norm is bereikt, dan zal de aanvraag worden ingeschreven in het register zoals bepaald in artikel 3 §2 van het Besluit.

 

Artikel 11

Elke exploitatievergunning blijft steeds één geheel, ook al zou zij verschillende categorieën van voertuigen omvatten.

Indien een exploitant met een ‘gemengde’ exploitatie één categorie van exploitatie zou wensen te stoppen dan moet hij de taxikaarten bij de stad Antwerpen inleveren. Zijn exploitatievergunning zal dan worden aangepast aan de nieuwe toestand.

Overdracht van een categorie van voertuigen aan een ander exploitant of kandidaat-exploitant is niet mogelijk.

Artikel 12

Er zijn 2 types exploitatievergunningen voor taxidiensten al naargelang de aanvrager zijn vergunning al dan niet exploiteert met personeel in loondienst; bij deze docu­menten horen de overeenstemmende zelf­klevers die de exploitant afhaalt op de bevoegde stadsdiensten, en die hij moet aanbrengen op de achter­zijde van elk voertuig, waarmede hij zijn exploitatie ver­zekert.

§         voor de aanvrager, zelfstandig werkend zonder personeel in loon­dienst wordt een exploitatie­vergunning 'Z' afge­ge­ven - zelf­klever van lichte kleur met rood opschrift

§         voor de aanvrager, exploiterend met personeel in loon­dienst wordt een exploitatievergunning 'P' afgegeven - zelfkle­ver van rode kleur met wit opschrift

Het wordt de exploitanten toegestaan over te schake­len naar het andere 'type' van exploitatie. Hij dient hiervoor zijn aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 13

Elk voertuig moet van het door de stad Antwerpen aanvaarde type zijn, nl.:

gewone taxivoertuigen:

personenwagen met minimum 3 deuren langs dewelke personen kunnen instappen en met 4 tot 8 zitplaatsen, de plaats van de bestuurder niet inbegrepen

minitaxi’s:

personenwagen met maximum 2 deuren langs dewelke personen kunnen instappen en met maximum 2 zitplaatsen, de plaats van de bestuurder inbegrepen.

motortaxi’s:

motorfietsen en driewielers met motor, zoals omschreven in het Koninklijk besluit van 1 december 1975 met een cilinderinhoud van meer dan 50 cm3

gehandicaptentaxi’s:

§         de taxi moet een gehandicapte persoon, zittend in zijn rolstoel, kunnen vervoeren

§         de voor de rolstoel en de gebruiker ervan voorbehouden minimumruimte is: hoogte 135 cm , breedte 70 cm , lengte 130 cm .

§         Het voertuig moet toegankelijk zijn via een hellend vlak of liftje

§         De hoogte van de vloer van het voertuig dient aangepast te zijn om de passagier voldoende comfort te bieden:

§         Indien een hellend vlak wordt aangebracht is de lengte ervan beperkt en de helling mag niet meer dan 22% bedragen

§         In de taxi moeten de vervoerde personen over een voldoende lateraal zicht beschikken

§         In de taxi moet aan de achterdeur een vrije hoogte zijn van tenminste 124 cm

§         Het voertuig moet de passagier in de rolstoel een optimale veiligheid bieden. Hiertoe moet de rolstoel aan de grond vastgezet worden door middel van een schokbestendig bevestigingssysteem met snelle grendeling

Een veiligheidsgordel dient te worden voorzien voor de gehandicapte persoon.

 

Artikel 14

De minitaxi’s zullen een voor het publiek duide­lijk waarneem­baar opschrift voeren waaruit blijkt dat het om een minitaxi gaat.

Op de grote voertuigen mogen geen opschriften worden aange­bracht waaruit het publiek ten onrech­te zou kunnen afleiden dat het om een minitaxi gaat.

 

Artikel 15

Met ingang van 1 januari 2007 mogen geen voertuigen, van eender welke categorie ook, als taxivoertuig worden ingezet als zij:

o        meer dan 550.000 kilometer hebben afgelegd

en

o        ouder zijn dan 7 jaar

 

Als een voertuig deze beide normen heeft bereikt, dan moet het worden vervangen door een ander voertuig dat tenminste onder één van deze normen blijft.

Voor de bepaling van de ouderdom van het voertuig wordt het jaar van eerste ingebruikstelling als referentie genomen  

   

Artikel 16

Te Antwerpen worden de volgende tariefcategorieën toegepast:

1.        een verschillend tarief per categorie van voertuig voor alle exploitanten

2.        forfaitaire tarieven

De tarieven worden door de gemeenteraad bepaald na overleg in de stedelijke contactcommissie voor taxikwesties.

De stad Antwerpen zal de vergun­ninghouder onmiddellijk van elke ta­riefwijziging schrifte­lijk op de hoogte brengen.

Alle ritten, uitgevoerd door taxivoertuigen waar­voor vergun­ning werd verleend, dienen te geschie­den op taxameter volgens de wettelijke normen, behoudens indien zij voor een dienst van verhuring met chauffeur ingezet worden en hiertoe voor dat voertuig een vergunning is bekomen en het desbetreffende contract voor de uitgevoerde rit(ten) aan boord is (zijn) van elk voertuig.

 

Artikel 17

Een taxivoertuig kan enkel worden vervangen door een vervan­gings­voertuig dat tot hetzelfde tarief­type behoort.

Op het vervangingsvoertuig of het reservevoertuig moeten vooraan 2 iden­tificatie­plaatjes worden aangebracht, nl. dit van het oorspronkelijk taxivoertuig waarvoor de ver­vanging geschiedt en één met de vermelding 'Ant­wer­pen - vervanging'. Deze bordjes moeten eveneens worden aangekocht bij de stad Antwerpen. De kleuren van deze plaatjes is oranje en wit.

In de reservevoertuigen of het vervangingsvoertuig moet bovendien steeds het vervangingsdocument voor dit voertuig aanwezig zijn dat wordt afgegeven door de bevoegde stadsdiensten.

Overeenkomstig artikel 29 §2 van het Decreet van 20 april 2001 wordt de machtiging voor een vervangingsvoertuig slechts verleend voor maximum 3 maanden en is niet hernieuwbaar. Na die periode van 3 maanden moet de vergunninghouder aantonen dat hij opnieuw beschikt over een eigen voertuig op basis van documenten zoals vermeld onder artikel 3.

Artikel 18

De standplaatsen gelegen op de openbare weg worden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen.

Op de openbare standplaatsen kiest de klant vrij het taxivoertuig waarmee hij zich wil laten vervoeren.

 

HOOFDSTUK III - DIENSTEN VOOR HET VERHUREN VAN VOERTUIGEN MET BESTUURDER

Artikel 19

De voorwaarden voor het exploiteren van een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder zijn deze zoals bepaald in artikel 42, §1, van het decreet van 20 april 2001

Artikel 20

Elke exploitant kan slechts één exploitatievergun­ning bezit­ten.

Gelet op artikel 49 van het Besluit van 18 juli 2003 dat bepaalt dat het aantal vergunningen en voertuigen voor een dienst van verhuurvoertuigen in een gemeente onbeperkt is worden geen overdrachten van vergunningen gedaan.

Indien een vergunninghouder zijn activiteiten stopzet, moet hij overeenkomstig artikel 52 van dit besluit alle door de stad Antwerpen afgeleverde documenten bij de stad inleveren.

Bij aanvraag tot verhoging van het aantal voertuigen moet de exploitant aantonen dat hij aan de verplichtingen inzake sociale zekerheid of de kas voor zelfstandigen, belastingen, RSZ en vergunningsgelden heeft voldaan

Hij voegt bij zijn aanvraag:

a)       een attest van een kas voor zelfstandigen waaruit blijkt dat de exploitant zijn bijdragen correct heeft betaald

b)       een attest van de RSZ waaruit blijkt dat de exploitant zijn bijdragen correct heeft betaald

c)       een fiscaal attest waaruit blijkt dat de exploitant zijn bijdragen correct heeft betaald

 

artikel 21

Locatievoertuigen zullen de nummers dragen van 5001 tot 9999.

De kleur van de kaarten voor verhuurvoertuigen met bestuurder is zwart met een herkenningsteken van de stad Antwerpen en in witte cijfers en letters het identificatienummer en de gegevens van de vergunninghouder.

 

Artikel 22

Overeenkomstig artikel 48 van het Decreet voegt de kandidaat-exploitant de gewenste tarieven bij zijn vergunningsaanvraag

Artikel 23

In het vervangingsvoertuig moet bovendien steeds het vervangingsdocument voor dat voertuig aanwezig zijn dat wordt afgegeven door de bevoegde stadsdiensten.

Overeenkomstig artikel 44 §2 van het Decreet van 20 april 2001 wordt de machtiging voor een vervangingsvoertuig slechts verleend voor maximum 3 maanden en is niet hernieuwbaar. Na die periode van 3 maanden moet de vergunninghouder aantonen dat hij opnieuw beschikt over een eigen voertuig op basis van documenten zoals vermeld onder artikel 3.

Artikel 24

Het reglement met betrekking tot de vergunning nodig voor het exploi­teren van een taxidienst, goedgekeurd door de gemeente­raad van de stad Antwerpen in zitting van 21 februari 1995, gewijzigd in zitting van 16 oktober 2000,  en het reglement met betrekking tot de bewijzen nodig voor het exploiteren van een taxidienst vanaf standplaatsen gelegen op de openbare weg, goedgekeurd door de gemeenteraad van de stad Antwerpen in zitting van 21 februari 1995 worden ingetrokken.

 

top