Home |
Tarieven | Taxivoerders |
TOV | Arbitrage
| Pers | Jaarverslag | Links | Contact
| deelnemende bedrijven | samenstelling arbitragecommissie | lijst scheidsrechters |
|
Tussen : De Antwerpse Provinciale Taxi Unie, gevestigd te Karel Oomsstraat 14, 2018 Antwerpen vertegenwoordigd door de heer Van Avermaet, en de individuele bedrijven, welke de hiernavermelde regeling onderschreven hebben en als dusdanig akkoord gaan met de naleving ervan, beiden hierna genoemd de contracterende partijen, is in aanwezigheid van de Stad Antwerpen als vergunningverlenende overheid, hierbij vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvoor optreedt de heer Hubert Cools, Burgemeester, bijgestaan door de heer F. Nolf, Stadssecretaris, de volgende overeenkomst aangegaan :
Artikel 1 Zowel onafhankelijke exploitanten, als zelfstandige vergunninghouders, als bedrijven die personeel tewerkstellen erkennen de dringende noodzaak om de bestaande taxireglementering zoals weergegeven in de taxibijbel - en die in het bezit is van elke ondertekende partij - nauwgezet na te leven teneinde iedere vorm van oneerlijke concurrentie zoals voorzien binnen de wet op de handelspraktijken uit te sluiten. Alle partijen erkennen dat de niet-naleving van de geldende reglementering ernstig schade toebrengt aan het imago van de taxibedrijvigheid in het algemeen, maar aan het taxibedrijf dat correct de bestaande reglementering opvolgt in het bijzonder.
Artikel 2 De contracterende partijen verbinden er zich toe iedere vorm van oneerlijke concurrentie uit te sluiten, elke vastgestelde vorm van oneerlijke concurrentie of elke handelswijze die het imago van de taxisector kan schaden te signaleren, eventueel gevolg te geven aan collectieve acties, om een einde te maken aan zowel oneerlijke handelspraktijken, als aan praktijken die de taxisector in een ongunstig daglicht kunnen stellen.
Artikel 3 Dit impliceert dat de contracterende partijen die dit akkoord ondertekend hebben zich strikt zullen houden aan alle wettelijke regelen en overheidsbepalingen, zoals onder meer de nationale en plaatselijke reglementeringen inzake exploitatie van taxibedrijf, de sociale wetgeving en de regelen inzake handel drijven, concurrentie en dergelijke. Zo zullen bij wijze van voorbeeld de taxi-exploitanten de regel van artikel 12 van het K.B. van 02.04.75 - zijnde het politiereglement betreffende de exploitatie van taxidiensten - op het verbod kosten voor telefonische oproepen of andere terug te betalen, premies, vergoedingen of commissiegelden aan tussenpersonen toe te kennen, volstrekt eerbiedigen, alsook de naleving van de tarieven opgelegd door de stad Antwerpen waarborgen. Zo ook zal de exploitatie van taxidiensten geschieden uitsluitend door een natuurlijke- of rechtspersoon, houder van de vergunning als eigenaar (waarmede leasing gelijkgesteld wordt) van het taxivoertuig, dat bestuurd zal worden door de exploitant zelf of door een persoon die met de exploitant verbonden is door een arbeidsovereenkomst met onder meer inschrijving bij de R.S.Z. Er wordt overeengekomen steeds het nummer van de inschrijving in het personeelsregister van de werknemers op het taxibrevet te vermelden, en erop toe te zien dat uitsluitend taxichauffeurs in dienst genomen worden die beschikken over een taxibrevet van de stad Antwerpen. Bovendien engageren de taxi-exploitanten er zich toe de eisen inzake moraliteit en beroeps-bekwaamheid van de chauffeurs (artikel 8, K.B. 02.04.75) in acht te nemen. De taxi-exploitanten zullen zich onthouden van praktijken die erop gericht zijn voormelde regels te omzeilen, zoals bijvoorbeeld verkapte verhuring bestaande uit het ter beschikking stellen van een aan de exploitant toebehorend voertuig, tegen een vast bedrag per dag aan de exploitant te betalen door de bestuurder die fictief als werknemer in R.S.Z. wordt ingeschreven met aangifte van een minimaal loon en die voor het overige de ritontvangsten behoudt.
Artikel 4 De taxi-exploitanten zullen geen "dumpingprijzen" toepassen. Zij komen overeen dat artikel 22 van de wet op de handelspraktijken (verkoop met verlies) van toepassing is op de prijzen van taxi-exploitatie. Zij komen overeen voor ritten over een afstand van minstens 50 km, deze uit te voeren op taximeter en minimum volgens tarief 1.
Artikel 5 Alle problemen dienen gesignaleerd te worden aan de Antwerpse Provinciale Taxi Unie die als regionale vertegenwoordiger dient te waken over de verdediging van de beroepsbelangen en zonodig aan de hand van de verstrekte informatie en documentatie voorstellen zal uitwerken en/of tussenkomen bij de gepaste overheidsinstanties. De vergunningverlenende overheid zal het nodige doen om effectief op te treden in geval van vaststelling van inbreuken.
Artikel 6 In de regio Antwerpen wordt een arbitragecommissie onder toezicht van de vergunningverlenende overheid opgericht wier taak erin zal bestaan om de plaatselijke problemen te coördineren en door te spelen naar de Antwerpse Provinciale Taxi Unie. Naast deze raadgevende taak, zal de arbitragecommissie belast worden met de organisatie en de leiding van de arbitrageprocedure in geval van geschillen zoals verder uiteengezet.
Artikel 7 De contracterende partijen verbinden er zich toe om alle geschillen in verband met de taxireglementering, van welke aard ook, te beslechten door arbitrage. Het geschil wordt geregeld door drie scheidsrechters. Elk der partijen bij een geschil betrokken duidt één scheidsrechter aan welke gekozen kan worden uit een lijst van kandidaten die in bijlage wordt aangehecht. Deze kiezen op hun beurt - binnen de week na kennisname en aanvaarding van hun opdracht - uit dezelfde lijst een scheidsrechter die als voorzitter optreedt. Ingeval de twee benoemde scheidsrechters niet tot een vergelijk komen in de keuze van de derde scheidsrechter, is het de Schepen van de Stad Antwerpen die de taxi's onder zijn bevoegdheid heeft, die de derde scheidsrechter uit die lijst aanduidt en benoemt.
Artikel 8 De taxi-exploitanten aanvaarden dat eventuele overtredingen van wetten, reglementen op huidige overeenkomst rechtsgeldig kunnen bewezen worden door onder meer een éénzijdige vaststelling per gerechtsdeurwaarder op verzoek van een taxi-exploitant onderschrijver van huidige akte, van de vergunningverlenende overheid, van één der representatieve werknemersorganisaties of van de Antwerpse Provinciale Taxi Unie. De kosten van die vaststelling zijn ten laste van de overtreder wanneer hij door het scheidsrechterlijk college in het ongelijk werd gesteld. In het andere geval zijn de kosten ten laste van de partij die tot aanstelling is overgegaan.
Artikel 9 De behandeling van het geschil gebeurt mondeling maar mag schriftelijk en met alle mogelijke bewijzen door iedere partij toegelicht worden. Het staat partijen vrij zich bij de behandeling van het geschil te laten vertegenwoordigen. Het college van scheidsrechters beslist over de naar hun oordeel nuttige maatregelen voor het beslechten van het geschil zoals getuigen horen, deskundigen aanstellen, uitvoeren van ontledingen. Ingeval er een geschil ontstaat met betrekking tot het verloop van de procedure of de arbitrage in het algemeen beslist het college van scheidsrechters.
Artikel 10 De procedure neemt een aanvang met een schriftelijke kennisgeving door de benadeelde partij van de arbitragecommissie. Deze bevestigt de ontvangst van het schrijven. De arbitragecommissie zal de aanklager verzoeken om binnen de 15 kalenderdagen een gedetailleerd schrijven te laten geworden, waarvan door tussenkomst van de arbitragecommissie een kopie wordt overgemaakt aan de aangeklaagde partij. In datzelfde schrijven wordt de aangeklaagde gevraagd om binnen de 15 kalenderdagen na de datum van verzending te laten weten of men al dan niet akkoord gaat. Na ontvangst van het antwoord van de aangeklaagde of binnen de 20 kalenderdagen na de datum van verzending van de brief van zal de arbitragecommissie een gemotiveerd advies overmaken en eventueel een regeling in der minne voorstellen. Wanneer de aanklager tegen het advies in van de arbitragecommissie de procedure wenst in te stellen in dit zijn volle recht. Het houdt wel in dat in geval de aanklager in de arbitrage niet in het gelijk wordt gesteld, hij ook de forfaitaire vergoeding van minimum 15.000,- BEF. aan de beroepsvereniging APTU moet betalen zoals voorzien in artikel 11 voor de veroordeelde partij. De arbitragecommissie zal de beide partijen uitnodigen tot aanstelling van een scheidsrechter. De aanstelling van een scheidsrechter dient binnen de maand te gebeuren. Te rekenen vanaf de schriftelijke aanvaarding door de scheidsrechters van hun opdracht moet uitspraak gedaan worden binnen een termijn van 90 dagen. Deze termijn kan verlengd worden op voorstel van één der partijen en mits goedkeuring van het college van scheidsrechters. De verlenging kan nooit meer bedragen dan de oorspronkelijke vastgestelde termijn waarbinnen uitspraak moest gedaan worden. De voorzitter van het college van scheidsrechters geeft aan alle partijen op hetzelfde ogenblik bij aangetekend schrijven mededeling van de uitspraak en de verdeling van de arbitragekosten. Deze beslissing is onherroepelijk. Tijdens het eerste jaar van de conventie komen de contracterende partijen overeen om slechts de arbitrageprocedure in te stellen inzoverre een tweederde meerderheid van het A.P.T.U.-bestuur daartoe beslist in een vergadering hiervoor samengeroepen binnen de 15 dagen nadat de arbitragecommissie in kennis gesteld werd van de klacht. Bovendien zullen tijdens het eerste jaar slechts de volgende punten aanleiding geven tot een eventuele arbitrage:
Voor het einde van juli '94 zal door de algemene vergadering van de contracterende partijen een evaluatie gemaakt worden van de punten die vanaf augustus zullen worden opgevolgd. Elk jaar opnieuw zal deze werkwijze worden gevolgd. Vanaf 3 oktober 1995 worden de bepalingen zoals vermeld in het vijfde, zesde en zevende lid van artikel 10 zonder uitwerking, wat impliceert dat vanaf deze datum de arbitrage geldig wordt voor alle inbreuken tegen bepalingen voorzien in deze conventie bonafide taxibedrijven. De arbitragecommissie krijgt vanaf die datum de volheid van bevoegdheid om in alle gevallen te besluiten tot het voorstellen van minnelijke regeling of tot het opstarten van de arbitrageprocedure. De problemen in verband met de sociale wetgeving vallen niet onder de bevoegdheid van vermelde commissie.
Artikel 11 Voor iedere overtreding of tewerkgestelde overtreder bij arbitrage vastgesteld zal de veroordeelde onderschrijver een forfaitaire vergoeding van minimum 15.000,- BEF en maximum 100.000,- BEF per vastgestelde overtreding betalen aan de beroepsvereniging APTU, onverminderd uiteraard de verplich-ting tot het betalen van wettelijke boeten of van schadevergoeding aan wie door de overtreder schade werd berokkend. Het scheidsrechterlijk college belast met de arbitrage bepaalt evenwel zelf de hoegrootheid van de vergoeding rekeninghoudend met de aard van de overtreding, de omstandigheden, de frequentie en de weerslag op het beroep. Zo zullen de overtredingen van het in artikel 3, tweede lid en artikel 3, laatste lid als zeer zware inbreuken beschouwd worden en aanleiding geven tot zware sancties. Bij herhaling binnen één jaar na een vorige veroordeling worden de hogervermelde bedragen op het dubbel gebracht. De kosten van de arbitrage vallen integraal ten laste van de verliezende partij, tenzij het scheidsrechterlijk college belast met de arbitrage hierover anders beslist. Het forfaitair uurtarief voor het bepalen van het honorarium van de scheidsrechters kan jaarlijks en ten vroegste per 01.01.95 aangepast worden door de algemene vergadering van de Antwerpse Provinciale Taxi Unie op voorstel van de Raad van Bestuur. Het forfaitair uurtarief bedraagt 1.000,- BEF per zittingsuur, zonder meer te mogen bedragen dan 50.000,- BEF per scheidsrechter, per dossier. Ingeval een exploitant nalaat een overtreding te doen ophouden, kan hem een dwangsom worden opgelegd per dag dat de overtreding blijft voortduren, te betalen aan de Antwerpse Provinciale Taxi Unie of/en aan iedere benadeelde of belanghebbende taxi-exploitant Ter nakoming van zijn verplichtingen verstrekt elk ondertekenend bedrijf een bankgarantie ter waarde van 15.000,- BEF + 1.500,- BEF per supplementaire vergunning in effectieve exploitatie, met een minimum van 50.000,- BEF voor rechtspersonen. Voor de werkings- en administratiekosten wordt jaarlijks een bijdrage betaald waarvan het bedrag jaarlijks vastgesteld wordt door de algemene vergadering van de Antwerpse Provinciale Taxi Unie. Dit bedrag wordt geproratiseerd in functie van het ogenblik van de toetreding. Indien de overtreder nalaat om de hem opgelegde boeten te betalen, is van rechtswege en zonder verdere ingebrekestelling een forfaitaire vergoeding ten belope van 10 % verschuldigd met een minimum van 25.000,- BEF, onverminderd de verplichting van de overtreder om de inningskosten verbonden aan de inschakeling van derden afzonderlijk en integraal te vergoeden.
Artikel 12 Iedere overtreding zal ter kennis worden gebracht van de taxiadviescommissie en er zal eventueel door genoemde beroepsvereniging worden aangedrongen bij de bevoegde overheid maatregelen te treffen, zoals onder meer het schorsen of intrekken van de vergunning. In geval van vermeende inbreuken door niet tot deze conventie toegetreden taxibedrijven, zullen deze worden uitgenodigd om zich vrijwillig aan een arbitrageprocedure te onderwerpen. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven, wordt dit gemeld aan de taxiadviescommissie en wordt bij de bevoegde overheid aangedrongen om de nodige maatregelen te treffen.
Artikel 13 Voor al hetgeen niet uitdrukkelijk werd overgenomen, verbinden de contracterende partijen zich te richten naar de bepalingen van artikel 1676 en 1723 van het Gerechtelijk wetboek.
Artikel 14 De arbitragecommissie bestaat uit drie leden: één vertegenwoordiger van de onafhankelijke exploitanten; één vertegenwoordiger van de bedrijven die loontrekkend personeel tewerkstellen; één persoon die juridisch geschoold is en door de beide groeperingen aanvaard wordt. De vergunning-verlenende overheid heeft recht op een permanente afgevaardigde die autonoom bepaalt welke vergaderingen van de arbitragecommissie hij zal bijwonen. Om de vier jaar dient de arbitragecommissie gekozen te worden; de mandaten zijn hernieuwbaar. De leden van de arbitragecommissie kunnen enkel in aanmerking komen om eventueel als voorzitter-scheidsrechter te worden aangeduid, maar geenszins als scheidsrechter aangeduid door één van de partijen. De lijst met scheidsrechters is eveneens om de vier jaar voor hernieuwing vatbaar en bevat minimum 10, maximum 20 namen van personen waarvan kan verwacht worden dat zij vertrouwd zijn met de problematiek van de sector of over voldoende vakkennis beschikken om op korte tijd vertrouwd te zijn met de materie. Zowel de eerste arbitragecommissie als de eerste lijst met scheidsrechters wordt opgesteld en goedgekeurd door de contracterende partijen en de vergunningverlenende overheid. De lijst wordt geacht goedgekeurd te zijn bij ontstentenis van een schriftelijke opmerking per aangetekend schrijven en gericht aan de voorzitter van de Antwerpse Provinciale Taxi Unie binnen de dertig dagen na kennisgeving van de lijst met kandidaten. Zes maanden voor het verstrijken van de vierjaarlijkse termijn worden alle op dat ogenblik contracterende partijen in kennis gesteld van de hernieuwing der mandaten met verzoek tot voorstelling van nieuwe kandidaten binnen twee maanden. Enkel in geval er meer kandidaten zijn dan te begeven plaatsen, zal er een stemprocedure worden georganiseerd door de Antwerpse Provinciale Taxi Unie onder toezicht van de vergunningverlenende overheid.
Artikel 15 De individuele bedrijven worden geacht gebonden te zijn door deze reglementering vanaf de datum van ondertekening van deze conventie tot het einde van de zesde maand volgend op een aangetekend schrij-ven gericht aan de voorzitter van de Antwerpse Provinciale Taxi Unie. Deze ontslagname doet geen afbreuk aan de rechtsgeldigheid van de hogervermelde procedures na de ontslagname voor feiten die betrekking hebben op de periode dat de conventie van toepassing was. Het bestuurscollege van de Antwerpse Provinciale Taxi Unie kan in geval van vaststelling van de inbreuken eveneens beslissen dat de overtreder onmiddellijk geschrapt wordt van de lijst van de bonafide bedrijven. De schrapping heeft tot gevolg dat het bedrijf niet langer als bonafide bedrijf erkend wordt. Een aanvraag tot hernieuwde aansluiting kan slechts gebeuren na acceptatie door het bestuurscollege van de Antwerpse Provinciale Taxi Unie en na een wachttijd van minstens één jaar tijdens dewelke het bewijs geleverd wordt dat het uitgesloten lid de wetten en reglementen heeft nageleefd. Zowel oververtelde beslissing tot schrapping als de acceptatie voor een hernieuwde aansluiting door het bestuurscollege van de Antwerpse Provinciale Taxi Unie vereisen dat tweederde van de bestuursleden aanwezig zijn en bij stemming een tweederde meerderheid de beslissing ondersteunt. In geval van herhaling van een overtreding binnen één jaar na de vorige veroordeling wordt het lid automatisch uitgesloten voor een duurtijd van één jaar. Voor een nieuwe aansluiting dient dezelfde oververtelde procedure gevolgd te worden.
Artikel 16 De bedrijven die deze conventie ondertekend hebben worden geacht allen bonafide bedrijven te zijn. Alle nieuw opgerichte firma's die nog niet toegetreden zijn tot deze conventie zullen jaarlijks uitgenodigd worden om de conventie te ondertekenen. Jaarlijks zal een lijst opgesteld worden met de bedrijven die er zich toe verbonden hebben om als bonafide bedrijf deze conventie na te leven. Deze lijst met bonafide bedrijven wordt samen met een verslag van alle geregistreerde klachten alsook van alle behandelde arbitragedossiers aan de bevoegde overheidsinstanties meegedeeld en ligt ter inzage op het secretariaat van de Antwerpse Provinciale Taxi Unie, voor iedere derde die erom verzoekt. De conventie geldt slechts voor de ondertekenende partijen vanaf het ogenblik dat minstens 10 taxibedrijven die samen minstens 100 taxivergunningen vertegenwoordigen de conventie zullen hebben ondertekend. De conventie houdt op uitwerking te hebben de dag dat het aantal gebonden taxibedrijven minder dan 5 bedraagt. Opgemaakt te Antwerpen, op 25 januari 1994 waarbij zowel de toezichthoudende overheid als elke contracterende partij verklaart te tekenen voor gelezen en goedgekeurd en bevestigd een exemplaar te hebben ontvangen. De heer H. COOLS de heer F. NOLF De heer F. VAN OORSCHOT De vergunningverlenende overheid Voorzitter A.P.T.U.
2 D taxi Antwerp Dock ServiceAntwerp Tax Antwerp Star Taxi Antwerp Tax Berchem Taxi Cave Taxi Constantin Capisizu DTM Eduardus. Dom Fire & Ice
Frem Harmitrans Luchthaventaxi Luc Steenackers Metropole Michel Lemmens Minitax New AHV Nuhiji Nuri
Pierre Lenders P-Transport PT-Taxi Robert Bové Taxi Rudi Taxi Sinjoor Wenck Taxi Willy Metten
25 januari 1994
Voorzitter-Jurist J. Claeys Licenciaat Rechten Konsultantbureau J. Claeys Ruiterslaan 8 2110 Wijnegem tel. 353.00.05 fax. 353.25.57
Vertegenwoordiger bedrijven met loontrekkend personeel
effectief lid plaatsvervanger A. Janssens E. Janssens Taxi Verboven nv
F. Lambrechts Advokaat L. Nelis Advokaat M. Ballon Advokaat K. Willekens Advokaat J. Claeys Jur. Adv. A. Sips Dir. D/W L Goudman D/W J. Huygen Rechtzaken P. Gilleir Secr. APTU W. Dillen Com. Afdeling Verkeer R. Wouters Acv - Transcom W. De Clerck BTB - ABVV R. De Gryse Taxi Oostende K. Thijssens Sec. Generaal GTL C. Fievez Unitax |